In 1970 beschreef de Japanse roboticus Masahiro Mori al de uncanny valley, ook wel de griezelvallei genoemd. We vinden robots leuk, handig, soms zelfs schattig. Kleine robotjes, robots die de weg wijzen: we zijn er dol op.

Naarmate ze menselijker worden, worden we ze steeds sympathieker. Tot een bepaalde hoogte. Tot het punt waarop we nog maar moeilijk kunnen zeggen: is dit een robot? Of een mens? Maar je voelt wel: het lijkt op een mens, maar het klopt niet helemaal.

Dan krijg je dat onheimelijke gevoel. Dat unheimliche gevoel.

Fysiek zijn we daar nog niet. Maar digitaal wel.

Het ironische? We wilden teksten die gladder, poëtischer en ritmischer waren. Toen gaf AI ons precies dat.

En opeens was het niet meer genoeg.


Het ongemak zit dieper dan stijl

Maar misschien zit het ongemak nog dieper. Het gaat niet alleen om stijl. Het gaat om de afwezigheid van bewustzijn.

Wanneer een mens schrijft: Ik was bang.
Dan weten we dat daar een ervaring achter zit.

Wanneer AI schrijft: Ik was bang.
Dan begrijpen we de betekenis van de woorden, maar we weten dat er geen ervaring achter zit.

Het verschil zit niet in de kwaliteit van de zin. Het verschil zit in de aanwezigheid van een bewustzijn dat iets heeft meegemaakt.

Misschien is dát wel de echte digitale griezelvallei.


Waarom we rauwe menselijkheid willen

Want wat we eigenlijk willen, is rauwe menselijkheid: emoties, wanhoop, woede, euforie, trots. Dingen die we herkennen, waar we ons aan kunnen ergeren of juist door geraakt worden.

Een hulpeloos mens dat we kunnen helpen. Een groep tegen wie we in opstand kunnen komen. Een verhaal waarin iets schuurt, wringt, leeft.

Dat zijn de dingen waar onze energie van aangaat.

En AI weet dat. Want AI is gebaseerd op ons. En dus speelt het daarop in.


Het kat-en-muisspel tussen mens en AI

Het voelt als een kat-en-muisspel. Mensen laten zich zien, AI doet het na en zet het nog wat harder aan.

En wij denken: nee, dit is eroverheen. Dit is net niet helemaal menselijk.

Kijk naar LinkedIn. Berichten, de een nog mooier dan de ander. Witregels. Eén woord. Eén zin. Diepgang. Bijna poëtisch, terwijl iemand gewoon iets simpels deelt. Alsof alles een openbaring is.

De eerste keer raak je misschien ontroerd. Bij de tiende ook nog wel. Maar als je zoveel van die berichten voorbij ziet komen, werkt het niet meer.

Dan snak je naar iets wat echt menselijk lijkt.

Een lange alinea misschien. Een tekst die iets minder strak is. Iets formeler, rommeliger of minder perfect. Maar juist daardoor weer herkenbaar.


Te veel van het goede

Al die kleine AI-dingetjes die ergens zo mooi menselijk lijken, maar gewoon te veel zijn. Te veel van het goede. Daardoor geven ze weg dat het toch niet menselijk is.

Dat kan op de zenuwen werken.

Eerst denk je: dit is door een mens geschreven.
In tweede instantie: toch niet.

Dat schuurt. Dat irriteert.

We willen weer graag zien dat iets echt menselijk is.


Wanneer maakt het uit?

Large language models kunnen inmiddels heel menselijk overkomen. In een chat weet je vaak niet precies: is dit door een mens of door een robot geschreven?

Soms maakt dat niet uit. Als het gaat om een logische uitleg, prima. Maar als het om een persoonlijk verhaal gaat, als je gaat meeleven, dan wil je weten:

Is dit echt?

Vaak is het tegenwoordig iets ertussenin. Een idee door een mens bedacht, door een robot uitgewerkt.

En ook dat roept vragen op. Wanneer voelt iets nog eigen? Wanneer voelt iets nog menselijk? Hoeveel bewerking kan een tekst verdragen voordat hij niet meer klopt?


Efficiëntie heeft ook een prijs

In mijn eigen werk merk ik het ook. Als ik dingen helemaal zelf ga berekenen, uitzoeken en uitwerken, ben ik veel langer bezig dan wanneer ik ChatGPT vraag om het voor me te doen.

Maar het risico is duidelijk: AI is niet altijd betrouwbaar.

Je moet dingen narekenen. Als je bronnen laat zoeken, moet je ze controleren. Soms vertelt het programma dat iets ergens staat, en dan blijkt het er helemaal niet te staan. Soms kost dat juist meer tijd.

De belofte van efficiëntie is dus echt, maar niet zonder voorwaarden.


De digitale griezelvallei

We zitten in een grijze zone. We willen de efficiëntie van AI, maar niet ten koste van authenticiteit. We willen menselijkheid, maar niet de perfecte imitatie ervan.

De uncanny valley is niet alleen een theoretisch concept meer. Het is iets wat we dagelijks tegenkomen: in onze feeds, in onze chats, in ons werk.

En de vraag blijft:

Hoeveel mens willen we nog in ons werk?

Hoeveel perfectie kunnen we verdragen voordat het niet meer klopt?

Dat is iets wat we zelf moeten uitzoeken.

Hi, I’m Nicole Geene

One Comment

  1. Mooi geschreven ik houd van goede menselijke teksten vol emotie en vanuit het hart en de ziel geschreven. Dat kan AI inderdaad niet benaderen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *